San Sebastian

,

Het was de eerste keer dat ik in Baskenland was en ik vroeg me al snel af waarom ik hier niet eerder was geweest. Wat een heerlijk woeste natuur, vol bergen en uitgestrekte groene vlaktes! Daarnaast staat deze regio bekend als het culinaire Mekka van Europa- misschien wel van de wereld-, en dat was aan mij en mijn reisgezelschap wel besteed! Je vindt hier niet alleen een enorme dichtheid aan prachtige restaurants, iedereen lijkt hier constánt te eten, dag én nacht: pintxos, de tapas waar deze streek bekend om is.

Als eerste gingen mijn geliefde en ik naar het Guggenheim museum in Bilbao: wat een belevenis is dat! Nadat we onszelf eindelijk weer naar de uitgang gesleept hadden (we wilden nooit meer weg!), begonnen we aan een roadtrip. Weinig manieren van reizen vind ik lekkerder, avontuurlijker en meer appellerend aan een gevoel van vrijheid, dan de auto pakken en gaan rijden. Onder het motto “als je niet weet waar je naartoe gaat, kan je ook niet verdwalen”, koersten we vaag af op het oostelijker gelegen San Sebastián. De route was betoverend. Het ene schilderachtige plaatje na het andere. De architectuur heeft er iets weg van de chalets die je in skigebieden ziet. Je zit hier natuurlijk ook niet ver van de Pyreneeën. De combinatie met het karakteristieke en sfeervolle strand maakt deze plek uniek.

De rauwheid en robuustheid van het land en van de zee vertalen zich op een grappige manier naar de pure keuken die je hier vindt. Natuurlijk zijn er ook toeristenplekken waar je liever vandaan wil blijven, maar als je een beetje weet waar je heen moet, kan het hier niet misgaan. Toeristen zagen we hier overigens helemaal niet zoveel, maar wellicht had dat te maken met de tijd van het jaar; wij waren er in september. Het was heerlijk om ons tussen zoveel lokale mensen te begeven die dag in dag uit van het leven lijken te genieten. Oudere dames flaneren er op zondag aan de arm van hun man, in chique badkleding, met een mooie zonnebril en lippenstift op, langs de branding over het strand, nadat ze de avond ervoor samen in één van de vele drukke pinxtosbarren genoten hebben van een wijntje en een hapje. Deze pintxos zijn trouwens vaak echt heel lekker én goed betaalbaar. Een van de redenen misschien dat op een zaterdagavond de hele stad uitloopt en tot laat door de smalle straatjes van het oude stadscentrum wandelt, kletst, eet en drinkt. En echt alles loopt door elkaar; van jonger tot ouder, van grungy tot ‘sjiek’. Afijn, de mensen lijken zich hier weinig zorgen te maken!

Maar waar moet je nu echt zijn geweest als je deze stad bezoekt? Bewandel in ieder geval de berg Urgull, waar je een oud klooster en een groot Christusbeeld aantreft. Als je na deze wandeling aan de westkant van de berg naar beneden gaat, kom je in een klein haventje met allemaal fijne restaurantjes. Ons favoriete plekje was hier La Rampa, we hebben er wel drie keer gegeten in de slechts vijf dagen dat er waren. Het is er altijd bomvol maar ook als je even moet wachten, is dat de moeite waard. Ze serveren hier de lekkerste lokale 'almechas' (venusschelpen), mosselen en krabben. Verder moet je zeker langs Ganbara als je goede pinxtos wilt eten. Bestel hier zéker de langoustines of de carabineros van de plancha. En de wilde paddenstoelen met zachte eidooier! Jongens, ik heb er een nieuwe lievelingsstad in Europa bij en hij heet: San Sebastian!

Net buiten San Sebastian ligt het beste visrestaurant waar zowel Freek als ik in ons leven ooit gegeten hebben. Niet vaak heeft eten Freek zelfs zo tot tranen geroerd als bij Elkano, in het mooie vissersdorpje Getaria. We aten hier tonijn, eendenmossels, inktvis, gevulde krab naar geheim familie recept en de befaamde tarbot van de barbecue. Al decennia langs koken ze hier dezelfde gerechten. Ze zijn zeer beroemd, maar de zoon van de voormalige eigenaar komt vol liefde aan je tafel vertellen over de vis alsof het de eerste keer is dat hij het mag vertellen. De liefde voor het eten en zijn vak druipt ervan af. Terwijl ik dit schrijf, loopt het water me weer in de mond, hahaha! Ze zitten erg vol, maar als het je lukt om er tussen te komen, is alleen dit restaurant als een bezoek aan deze regio waard!

Dan staat San Sebastiaan ook nog bekend om zijn vele sterren restaurants. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we hier niet alleen maar lekker hebben gegeten, terwijl je er wel de hoofdprijs betaalt. Mugaritz bijvoorbeeld staat op nummer vier in de top 50 beste restaurants ter wereld en was oprecht niet best. De service was heel lief en toegewijd. De wijnen waren heel bijzonder. Maar, laten we het lief zeggen, het eten was niet aan ons besteed. Dan eet je toch echt zoveel lekkerder in al die fijne simpele pure tentjes waarmee deze streek bezaaid is.

Wat nog wel een tip is, is restaurant Rekondo. Het eten hier is hartstikke lekker, maar je wilt hier vooral naartoe vanwege de de grootste privé wijnverzameling van Spanje die de eigenaar van het restaurant hier heeft opgebouwd. Ze geven je hier graag een rondleiding! En als je buikje na al dat heerlijke eten even te vol zit en je echt iets anders wilt dan wéér een restaurantje, ga dan met de funikular (oude tram) de Monte Igueldo op voor een betoverend uitzicht over de stad. En als je kinderen hebt om even het oude pretparkje op de top van de berg te bezoeken. Als je er toch bent. Niet héél bijzonder maar wel leuk. En oh ja, er zit een oud spa aan de boulevard, ‘La Perla’ genaamd; vonden wij een belevenis!

San Sebastian, San Sebastian, je hebt mijn hart gestolen. Ik ben nu al aan het denken wanneer ik naar je terug ga. Dank je wel voor de heerlijke dagen..

Deel deze pagina: