Reisdagboek deel 1 – Joris van Velzen in Jamaica

,
Joris van Velzen

“Witte stranden, check! Blauwe zee, check! Elke dag kokosnoot, check!”

Reisdagboek

Witte stranden, check! Blauwe zee, check! Elke dag kokosnoot, check! Het ene baaitje is misschien iets bijzonderder dan de andere, maar uiteindelijk gaat het om insmeren met waterbestendig, naar kokosruikende zonnebrandcrème factor 50 en een duik nemen in de azuurblauwe zee. Oh ja, ik vergeet de Instagram foto en de Facebook-update om al mijn vrienden thuis jaloers te maken. Het is 19u lokale tijd wanneer ik samen met Stijn, op zijn Jamaicaans “a brother from another mother”, de nog verkoelende gang van het vliegveld verlaat en een vlaag van de Caribische warmte in onze gezicht slaat. We staan buiten, halen de auto op en rijden met heerlijke reggaetunes naar ons hotel, Secred Wild Orchid in Montego Bay.

Dag 1

Er is geen wekker nodig, want om 5 uur knort mijn buik en snakt naar het heerlijke ontbijtje die mijn vriendin iedere ochtend maakt. Stiekem ben ik best wel verwend. Na wat snaaien uit de minibar, mails beantwoorden en de zonsopgang zien van het balkon, is het tijd om los te gaan bij het ontbijt waar ik mijn vriendin snel doe vergeten. De Secred Wild Orchid is misschien wel één van de mooiste resorts, ruim opgezet en alles lijkt te mooi om waar te zijn. Het heeft diverse wateren en zwembaden met een bar in het water, een prima plek om je dagen te starten met een vers sapje. Na een aantal potjes schaken op een levensgroot bord, wat in Amsterdam onze favoriete bezigheid is, gaan we op avontuur. Terwijl we in de kokende auto stappen, de reggaezender van de avond ervoor hebben gevonden, rijden we rustig het plaatsje Montego Bay binnen waar we de auto parkeren in een zijstraat van de zaterdagsmarkt. De lokale markt is in volle gang, de koopman schreeuwt luidkeels en wij worden verleidt door de zoete geur van kokosnoot. Het kapmes vindt de scheel, wanneer ik twee vingers in de lucht steek. Het kost ons 300 Jamaicaanse dollar, iets meer dan twee euro, om ons te verkoelen met kokoswater. De straat leeft, overal doen mensen boodschappen onder genot van een stralende zon en beukende beats uit de soundsystems die voor iedere winkels staat. Het is feest, mensen lachen, swingen met boodschappen tassen onder hun armen. Dit zouden ze bij mijn Albert Hein ook mogen introduceren.

Het rijden in Jamaica kort samengevat: je rijdt links, er zijn vele gaten in de weg en er zijn bijna tot geen lantaarnpalen. Geweldig!

Dag 2

Dag 2 Montego Bay bevindt zich in het noord-westen van Jamaica, maar op onze tweede dag besluiten we het oosten van het eiland te ontdekken. Het is een flinke rit, zo’n drie en half uur langs de noord kust om aan te komen bij Port Antonio met als doel om te varen in de Blue Lagoon. Het rijden in Jamaica kort samengevat: je rijdt links, er zijn vele gaten in de weg en er zijn bijna tot geen lantaarnpalen. Geweldig! Heerlijk het raampje open, maar de frisse lucht die ik in adem wordt na een uur rijden vervangen door verbrand rubber. Shit! Een lekke band. Als twee metromannen worden we op de tweede dag al op de proef gesteld. In de brandende zon staan twee blanke mannen te hannesen, niet bepaald charmant en totaal niet MAN MAN. Het duurt nog geen twee minuten tot dat een man ons heeft opgemerkt en te hulp schiet. Hij is behoorlijk handig in, niet gek, want een lekke band die heb je snel in Jamaica. We verwisselen de band met de reserve, een donut of op zijn Jamaicaans een Ninja Bike Tire. We zijn ondertussen drie uur verder, maar besluiten toch om onze reis voort te zetten. Het is het waard, want eind van de middag komen we aan het prachtige plaatsje Port Antonio dat uitkijkt op Navy Island. Vanuit hier is het nog 10 minuten rijden naar ‘The Blue Lagoon’ waar we op een bamboe bootje stappen en door het fel blauwe water varen van deze bijzondere plek. We rijden terug, maar zien het somber in, want het wordt al snel donker en halen het niet meer om terug te komen in Montego Bay. We besluiten om in het plaatsje, Ocho Rios een slaapplek te zoeken.

Dag 3

Dag 3 Het is zes uur. Ben ik sinds Jamaica een vroege vogel geworden of hangt die jetlag er nog lekker in? Na een half uur rondjes lopen door Ocho Rios kom ik tot de conclusie dat Jamaica geen ontbijt kent. Althans niet in de vorm van een havermoutpapje, baguette of een Engels ontbijt. Ik zie een soort van bakkertje waar de rij de hoek om gaat, waar je patties kunt scoren, dit zijn heerlijk pasteitjes gevuld met kip of rund, maar poeh wat heftig op de vroege ochtend. Nu de bodem is gelegd vertrekken we naar de Blue Hole, een grote waterval, dat zo’n 20 minuten landinwaarts ligt van Ocho Rios. De foto’s beloofde een spektakel, van turquoise wateren, watervallen en lianen. Lets go Tarzan. Onze waterpret kan niet op. Ik voel mij weer kind, waarbij ik rondhuppel door een levensechte Aqua Mundo. De grootste pret is de waterval waar je van kan abseilen, maar ook via een geheim weggetje achter kan. Hier komen wij achter als één van de life guards verdwijnt achter het kletterende water. Het is een klein holletje, waarbij je op je buik moet liggen en je voeten door een gat moet steken. Langzaam schuif ik onder de waterval, waarbij ik in een smalle grot belandt dat een weg baant richting het water onder de waterval en krijg al spijt van al dat eten.

Deel deze pagina: